10-10-2019

Bouwstenen van het wetboek van vennootschappen en verenigingen

De ‘sprong naar het recht van morgen’ en de bijhorende hervormingsdrang van Koen Geens raakte niet enkel het contractenrecht (zoals toegelicht in onze vorige column), maar ook onder meer het vennootschapsrecht. Dit resulteerde in een volledig nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV). De belangrijkste doelstellingen van het nieuwe wetboek zijn vereenvoudiging, flexibilisering en het Belgische vennootschapsrecht aantrekkelijker maken voor zowel binnen- als buitenlandse ondernemingen.

Het verdwijnen van de tijdelijke vennootschap (TV): het einde van een tijdperk? 

We zijn nog maar net bekomen van de vorige wetswijziging (waarbij de tijdelijke handelsvennootschap sinds 1 november 2018 is omgedoopt tot de tijdelijke vennootschap, met onder andere de verplichting tot inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen tot gevolg), of er staat al een nieuwe
wijziging klaar voor deze vennootschapsvorm. In het nieuwe WVV wordt de tijdelijke vennootschap afgeschaft als eigen vennootschapsvorm. Hoewel dit op het eerste zicht een drastische verandering lijkt, vallen de gevolgen van deze afschaffing mee. De tijdelijke vennootschap wordt vervangen door de reeds bestaande maatschap, die net zoals de TV geen rechtspersoonlijkheid heeft, en waarvan de vennoten eveneens onbeperkt aansprakelijk zijn. Gelet op het feit dat zij daarnaast ook voor een tijdelijke duur kan worden opgericht, kan de (tijdelijke) maatschap volledig gemodelleerd worden zoals op vandaag de veelgebruikte tijdelijke vennootschap gemodelleerd wordt. In de praktijk zal u dus relatief weinig merken van deze wijziging.

 

Het nieuwe WVV in een notendop

Vanuit de doelstelling van vereenvoudiging, is één van de grootste veranderingen in het nieuwe wetboek de herleiding van 17 vennootschapsvormen naar 4 basisvormen. Zoals gezegd resulteert dit in de afschaffing van onder andere de tijdelijke vennootschap. De vier basisvormen in het WVV zijn de besloten vennootschap (BV), de naamloze vennootschap (NV), de coöperatieve vennootschap (CV) en de maatschap.

De BVBA ‘oude stijl’ krijgt de nieuwe benaming BV, maar verandert daarnaast ook aanzienlijk op een aantal andere vlakken. De BV wordt een flexibele vennootschap, waarbij de keuzevrijheid van partijen voorop staat. De meest ingrijpende verandering bij de BV is zonder twijfel de afschaffing van het maatschappelijk kapitaal. Het begrip kapitaal verdwijnt volledig (bij de NV blijft het kapitaal wel behouden). In plaats daarvan wordt wel een toereikend aanvangsvermogen voor de voorgenomen activiteit vereist. Een ander belangrijk gevolg van de afschaffing van het kapitaal is, dat elke uitkering uit de vennootschap (dividenden, tantièmes, terugbetaling ingebracht vermogen, …) aan een dubbele uitkeringstest getoetst zal moeten worden. Deze test bestaat uit twee onderdelen; enerzijds mag de uitkering er niet voor zorgen dat het netto-actief negatief wordt (netto-actieftest), en anderzijds moet de vennootschap na de uitkering nog in staat zijn haar opeisbare schulden te betalen over een periode van minstens twaalf maanden (liquiditeitstest).

 

Het is aangewezen tijdig te bekijken wat de impact is van het nieuwe wetboek op uw bedrijf.

 

Ook op het vlak van bestuur van de vennootschappen (BV, CV en NV) veranderen er een aantal zaken. Zo mag een natuurlijke persoon niet meer in meerdere hoedanigheden zetelen in een bestuursorgaan; nl. in eigen naam en als vaste vertegenwoordiger van een rechtspersoon, of als vaste vertegenwoordiger van meerdere rechtspersonen. Verder moet de vaste vertegenwoordiger van een rechtspersoon-bestuurder steeds een natuurlijke
persoon zijn. Tenslotte wordt het in de NV mogelijk om een enige bestuurder (en trouwens ook een enige aandeelhouder) te hebben. Opgelet: om hiervan gebruik te kunnen maken dient deze mogelijkheid voorzien te zijn in de statuten.

 

Wie? Wat? Wanneer?

Het nieuwe wetboek is op 1 mei 2019 in werking getreden. Voor bestaande vennootschappen treden de bepalingen van het wetboek in werking op 1 januari 2020, met de mogelijkheid om zich sinds 1 mei 2019 middels een vrijwillige ‘opt-in’ volledig te onderwerpen aan het nieuwe recht. De dwingende bepalingen zijn vanaf 1 januari 2020 in ieder geval van toepassing (ook indien de statuten hiervan afwijken). Op de bepalingen van aanvullend recht hebben de statuten voorrang indien deze iets anders bepalen. Bij de eerstvolgende statutenwijziging van een bestaande vennootschap, die vanaf  1 januari 2020 plaatsvindt, dienen de statuten meteen volledig aangepast te worden aan het nieuwe recht.

En wat met de vennootschapsvormen die verdwijnen, zoals de tijdelijke vennootschap? Deze volgen vanaf 1 januari 2020 automatisch de dwingende bepalingen van de vervangende vennootschapsvorm. Indien zij op 1 januari 2024 nog niet omgevormd zijn, zullen zij automatisch omgezet worden naar de vennootschapsvorm die het best bij hen aansluit.

De vereenvoudiging en flexibilisering van het WVV biedt heel wat opportuniteiten voor bedrijven. Hoewel de inwerkingtreding op 1 januari 2020 en de uiterste deadline van 1 januari 2024 nog ver weg lijken, is het toch aangewezen tijdig te bekijken wat de impact is van het nieuwe wetboek op uw bedrijf, en welke mogelijkheden aangereikt worden. Op die manier kan u de organisatie van uw vennootschap optimaal afstemmen op de noden van uw onderneming.

 

Cécile Wolfs en Leonarda Goguadze
Deloitte Accountancy


  Meer artikels: Juridisch
NIEUWSBRIEF

Wil je op de hoogte blijven van het reilen en zeilen in de bouwsector?

  INSCHRIJVEN